De Westlander en zijn moNUment: De liefde vanuit Villa Ouwendijck voor Geerbron

Redactie 03-07-2019
Foto: GoWDe oudst bekende gegevens over Villa Ouwendijck te 's-Gravenzande dateren van ongeveer 1530.

In de rubriek 'De Westlander en zijn moNUment' staan karakteristieke en herkenbare bouwwerken in Westland centraal. Zowel het verleden als het heden worden in deze artikelen belicht; vandaar 'moNUment'. Dit keer gaat het om twee Westlandse buitenplaatsen, Ouwendijck en Geerbron, die door de bewoners met elkaar verbonden raakten. Dit mede naar aanleiding van de expositie in het Westlands Museum over Buitenplaatsen in de Gouden Eeuw. Een verkorte versie van dit artikel stond in Het Hele Westland van 3 juli 2019.

door Piet van der Valk

Vanuit de oorspronkelijke initiatieven om te komen tot een Kunstmuseum Westland, is er nieuws en een mooi plan om invulling te geven aan de expositiewens van deze groep. Met het Westlands Museum is overeengekomen samen vanuit één museum verder te gaan denken. Het Westlands Museum gaat zich dus omvormen, om op 3 benen te kunnen staan. Haar basis, de Tuinbouw en onze Streek wordt nu uitgebreid met Kunst, in ‘n fraaie aanvulling van historische en hedendaagse Kunst. Er zal nog wel veel werk verzet dienen te worden, voordat fysiek en permanente invulling kan worden gegeven aan de benodigde behuizing, om de werken op een goede wijze te kunnen presenteren, met alles wat daarbij komt kijken. Dus voorlopig zullen vaker op een andere plaats, de mini tentoonstellingen worden ingericht. Deze richten zich op actuele of interessante onderwerpen en kunnen bestaan uit een deel van de eigen of een geleende collectie. Zo ontstond het idee te beginnen met een mini tentoonstelling over de vroegere eigenaren van enkele Westlandse Buitenplaatsen.

Villa Ouwendijck te ‘s-Gravenzande
De oudst bekende gegevens over Ouwendijck dateren van ongeveer 1530. Cornelis Adriaenszn Persyn 1499 – 1571 huwt met Machteld Willemsdr Coppier van Ouwendijck ca 1520. De woning is in het kaartboek van het Regulierenklooster Maria Magdalena in Brethanië, vervaardigd in 1566 door landmeter Coenraet Oelenzn van Delfland, ingetekend. Cornelis bezat toen nog een woning in  ’s-Gravenzande. Op een andere prent uit een kaartboek uit 1641 door Jan van Beest, weliswaar in opdracht van Joris Willemszn Persyn van Ouwendijck een kleinzoon van Cornelis, maar Ouwendijck is dan al verkocht aan Joris Pieterszn Houdt, die het op zijn beurt in 1627 weer doorverkocht aan de bekende Simon van Catshuijsen, baljuw en schout van Naaldwijk. Deze Simon liet het bewonen door zijn zus, de weduwe Anna van Steenhuijsen. Het buiten werd nog aantal maal verkocht voordat het in 1824, voor 20.750 gulden, in handen kwam van Jacobus Petrus De Fremery 1800 – 1874. Deze Jacobus werd in 1824 tot schout en wat later tot 1847 tot burgemeester van ’s-Gravenzande benoemd, hij was tevens advocaat te Rotterdam. In datzelfde jaar trouwde hij met Sara Jacoba Hester Nederburgh. In 1826 werd op Ouwendijck hun zoon Jacobus geboren die door de familie Co werd genoemd, maar zich later James ging noemen. Dat zal te maken hebben gehad met het feit dat hij al op 21-jarige leeftijd naar Amerika trok om daar in zaken te gaan. Hij trad in dienst van de firma Herckenrath & Van Damme die een vestiging had in New York. Het bedrijf was indertijd opgericht door Leon Herckenrath. James kwam echter nog regelmatig terug in Nederland en dan verbleef hij op Ouwendijck.

Geerbron te Monster
De stichter van dit Buiten is de bekende luitenant-admiraal Anthony Pieterson 1658 – 1722. Hij kwam voort uit een invloedrijk geslacht waarbij opa Adriaan o.a. bewindhebber was van de West-Indische Compagnie en vader Anthony maakte deel uit van de Haagse regenten, werd daar schepen, thesaurier en burgemeester. De vrijgezel Anthony maakte een schitterende carrière bij de marine. Zijn geld investeerde hij in onroerend goed in Monster en Naaldwijk. Zo bouwde hij met het verstrijken van de jaren, de buitenplaats Geerbron op, tot wat het was vlak voor zijn overlijden. Hij liet voor velen wat na en Geerbron kwam in 1724 voor 9.000 gulden in handen van Albert ten Ham, kapitein in het leger. De buitenplaats zelf bracht minder op dan meer dan honderd marmeren beelden, vazen, ornamenten e.d. Ook hier zijn vele verkopen van de buitenplaats bekend. Dat bleef totdat de uit Venlo afkomstige arts Gerrit Herckenrath 1767 – 1809, toen baljuw van Monster, Geerbron begin maart 1801 op een veiling kocht. Het orangeriehuis met fruitmuur werd voor 2.000 gulden door timmerman Arij de Cocq gekocht. Opmerkelijk dat de kleinzoon van deze timmerman de latere kunstschilder Cornelis de Cocq was, die meerdere portretten van leden van de familie Herckenrath schilderde. Gerrit Herckenrath was reeds gehuwd met Alida Milius 1761 – 1844, toen zij in 1790 naar Poeldijk verhuisden. Het stel kreeg 8 kinderen, de oudsten werden in Poeldijk geboren, en alleen de jongste op Geerbron.

Zoon Leon en James
Leon Herckenrath 1800 – 1861, een zoon van Gerrit en Alida, was 18 jaar toen hij naar de Amerikaanse staat South Carolina vertrok. Leon kreeg daar de gele koorts en hij werd daar toen verpleegd door ene Juliette Louise MacCormick de Magnan. Dat moet goed zijn afgelopen want in 1823 trouwde het stel. Zij was de dochter van een Creoolse moeder en een Schotse vader. Om te kunnen trouwen moest hij zijn bruid en zijn schoonmoeder vrijkopen uit een slavinnen bestaan. De zaken voor Leon gingen uitstekend, hij leidde toen twee bedrijven. Het stel kreeg daar zeven kinderen. Uit het oogpunt van raciale wetgeving kwam hij in 1835 met zijn gezin naar Nederland. Hij kocht toen Geerbron van z’n moeder Alida. Daar kreeg het echtpaar nog acht kinderen. Jacobus De Fremery, James, zoals hij zich dus in New York liet noemen, startte zijn carrière bij de firma Herckenrath & Van Damme. Na twee jaar had hij het daar wel gezien en besloot naar California te gaan. Hij startte daar het bedrijf firma Gildemeister, De Fremery & Co. Het bedrijf had zich toegelegd op commissiehandel op Europa, Zuid-Amerika en China. Zes jaar later zette hij het bedrijf alleen voort onder de naam James De Fremery & Co en het bedrijf groeide uit tot een van de grootste handelsbedrijven van San Francisco. Hij was zo vermogend geworden, dat hij in 1862 de zeer soliede Savings Union Bank oprichtte, die onder zijn voorzitterschap zich zodanig ontwikkelde, dat bij zijn overlijden de waarde van het kapitaal tot 27 miljoen dollar was gestegen. Deze James De Fremery 1826 – 1899, huwde in 1853 de oudste dochter van Leon en Juliette, Virginie Theresa Herckenrath 1824 – 1890. En op deze wijze is de band tussen Ouwendijck en Geerbron op een hele bijzondere manier bevestigd.

Grafkelder en familie
Leon was ook de initiatiefnemer die de grafkelder, niet ver van de locatie Geerbron, liet aanleggen in het toenmalige duingebied. Die grafkelder is tussen 1844 en 1847 gebouwd door de familie Herckenrath in Traditioneel-Ambachtelijk stijl. Deze grafkelder verwierf een Rijksmonumentale status. Er zijn totaal veertien kisten, met dertien leden van de familie Herckenraths in de kelder aanwezig. In de veertiende kist is de baker van de familie, mevrouw Zuiderwijk, bijgezet.
De locatie werd in 1837 door de toenmalige burgemeester van Monster, Leon Herckenrath aangekocht. Leon was van 1847 tot 1854 burgemeester van Monster. De oom van Leon was Frans Herckenrath 1780 – 1852, woonachtig in Venlo, ongehuwd en van beroep militair. Een heel fraai schilderijtje van Frans, van de eerder genoemde schilder Cornelis de Cocq hangt in het Westlands Museum aan de Middel Broekweg in Honselersdijk. Daar hangen ook twee schilderijen van Leon en zijn moeder Alida, van de schilder J.W. Pieneman.

De schilderijen
De verzameling van de familieportretten werd door James en Virginie meegenomen naar de Amerika. Nadat James kwam te overlijden, erfde de oudste zoon James Leon de collectie familieportretten, die zo bij elkaar bleef. De schilderijen hingen in het woonhuis op hun landgoed The Grove in Oakland in California. Het was een collectie van ruim 50 schilderijen, die qua tijd over een periode van bijna drie eeuwen liep en geschilderd waren door mannen van naam. Toen de oudste zoon James Leon De Fremery in 1911 overleed, heeft zijn weduwe de schilderijen in bruikleen gegeven aan het Golden Gate Museum in San Francisco in California. Door financiële problemen tijdens de crisisjaren rond 1930, voelde de familie De Fremery zich gedwongen het grootste deel van de schilderijen te belenen. Dit heeft Paul William, een kleinzoon van James en Virginie, geregeld. Echter toen die in 1942 plotseling kwam te overlijden, besloot de firma waar de collectie was beleend zonder overleg met de familie, de schilderijen te laten veilen. Door deze veiling viel de schilderijencollectie van De Fremery-Herckenrath uiteen en raakte verspreid door de Verenigde Staten van Amerika. En zo kon het gebeuren, dat enkele Westlandse vrijwilligers, die deze veilingen wereldwijd in de gaten houden, zo nu en dan een dergelijk kunstwerk kunnen kopen. Mede hierdoor en de nieuwbouw van de Glazen Gemeentehuizen heeft het Kunstmuseum goed wortel kunnen schieten. De eerste trap van dit plan moet er over een paar jaar kunnen staan. Het is ONS aller Erfgoed en we moeten er niet aan denken dat de nu reeds verzamelde kunstwerken, ook door veilingen eeuwig verdwaald raken.

Status
Beide buitenplaatsen zijn in het verleden gesloopt.  Tot slot werd de grafkelder met veertien grafkisten, zoals dat uit het gemeentelijk register blijkt, op 21 mei 2002 als Rijksmonument onder de nummer 525142 in het Rijksregister opgenomen.                  

Wilt u reageren dit artikel of bent u bezitter of bewoner van een monument? Mail dan naar pamvdvalk@gmail.com. Deze rubriek kwam tot stand in samenwerking met de Monumentencommissie van gemeente Westland. Bronnen: Internet, de jaarverslagen van het Genootschap Oud-Westland uit de jaren 1996 en 2015, het recent verschenen boek over de Buitenplaatsen in het Westland, Westlandse Streekhistorie jaargang 26, nr. 3, augustus 2017.



Fotoalbum