Mensenleven - Piet Valstar: 'Mijn werk is mijn lust en mijn leven'

Redactie 07-07-2019
Foto: ghPiet Valstar: \Ik ga gewoon door naar het 50-jarig jubileum.\

Deze week is het 40 jaar geleden dat Piet Valstar in dienst kwam bij de firma Kuivenhoven in Poeldijk, een kweker van potplanten. In 40 jaar is er veel veranderd bij 'de tuinder'. Piet is erin meegegaan en geniet nog iedere dag van zijn werk.

door Geraldine Hindriksen

Piet Valstar (57) groeide op in Poeldijk. Zijn ouders hadden een eigen tuin en teelden onder meer tomaten, bloemkool en Lathyrus. Als klein jongetje hielp Piet al mee. "Mijn oudere broertje kleedde mij 's morgens aan en dan gingen we naar de tuin. Of we gingen eerst met mijn vader mee op de schuit naar de veiling waar we hielpen met lossen en vervolgens liepen we naar school, die niet ver van de veiling lag. Dat ging vroeger gewoon zo. Verder heb ik niet veel herinneringen aan de tuin van mijn ouders want toen ik een jaar of zeven was, zijn ze ermee gestopt."

Handwerk

Na de lagere school volgde Piet de tuinbouwschool. In het laatste schooljaar had hij een bijbaantje bij Kuivenhoven. "Het leek mij het beste om na het behalen van mijn diploma vervroegd in dienst te gaan, maar ik werd afgekeurd. Dus toen kon ik gelijk gaan werken bij Kuivenhoven en in 1979 ben ik daar in vaste dienst gekomen. Veel tuinders teelden in die tijd van alles en nog wat. Hier teelden ze tomaten, sla en perkgoed. In het voorjaar ging de sla eruit en kwamen de tomaten erin. Ik begon met geraniums poten. Dat ging toen heel anders dan nu. Lege potten werden naast elkaar gezet en met een kruiwagen vol potgrond werden die gevuld. Tomaten plukten we met de hand en die deden we in een mand met een hengsel. Het perkgoed werd in ouderwetse perskluitjes gestopt. Het was allemaal voornamelijk handwerk. Er kwam bij Kuivenhoven een kentering toen Piet Kuivenhoven zijn vader Roel opvolgde. Piet wilde meer in de potplantenwereld doen. Van lieverlee verdween de groente. We hebben nog lang perkgoed gemaakt maar in 1990 zijn we helemaal overgegaan naar de potplanten."

Falen

Toentertijd had de tuinderswereld het niet altijd gemakkelijk. "Er waren veel kleine kwekers die op een gegeven moment te oude opstanden hadden en niet meer mee konden met de tijd. Ze zijn een beetje door blijven hobbelen en als het niet meer liep, moesten ze stoppen. Als jij in een gezin van zeven broers zit en met jouw zes broers gaat het goed en met jou niet, bijvoorbeeld omdat je het verkeerde product hebt en op de veiling bij de klok wordt afgestraft, dan voelt dat als falen. En als uiteindelijk een tuinder wilde stoppen, was er nog moeder de vrouw die dat niet wilde. Want wat zouden ze wel niet zeggen… Ik denk dat mensen weleens te hard oordeelden naar collega's of families. Maar gelukkig was het ook zo dat in dat gezin van zeven broers er zes die ene gingen helpen. In die tijd volgde er een enorme automatisering in de tuinbouw. Dat was bijna niet bij te houden. En je moest groter worden. Veel tuinders hebben het moeilijk gehad."

Ook Kuivenhoven werd steeds groter. "Rond 2000 zijn we steeds verder gaan uitbreiden. We hebben nu acht hectare met zeven producten. Het mooie is dat we nu al 103 jaar op dezelfde plek zitten!"

Mesjokke

Veertig jaar bij dezelfde werkgever: is dat nooit gaan vervelen? "Nee, geen één dag is hetzelfde. Het is zo afwisselend. Door de jaren heen ben ik opgeklommen in het bedrijf en ik doe nu de verkoop. Maar ik kom nog graag op de werkvloer. (Lachend) Kijk maar onder mijn bureaustoel: daar ligt genoeg potgrond. Ik vind het heerlijk om dan even wat Denen te bouwen of planten in te pakken. En ik ga gewoon door naar het 50-jarig jubileum! Weet je, het is een stukje van mezelf geworden. Ik ben altijd door het thuisfront gesteund. Ik ben in 1986 op een vrijdag met Lenie getrouwd maar in de eerstvolgende nacht van zondag op maandag ging ik alweer sla snijden. Toen was ik al mesjokke van m'n werk. Het is gewoon mijn lust en mijn leven."