Op de pijp met... Ronald Dits

Redactie 12-06-2021
Foto: Ton van Zeijl

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Ronald Dits

Tekst: Esdor van Elten / Foto's: Ton van Zeijl

Ronald Dits (63) vierde onlangs zijn twaalf-en-een-halfjarig jubileum als diaken van de parochiefederatie St. Franciscus, tussen duin en tuin. De kracht van geloof was voor hemzelf letterlijk levensveranderend, en met die kracht zet hij zich in voor anderen. "He ain't heavy, he's my brother" Ronald woont met zijn vrouw Ina in Barendrecht. Samen hebben ze een dochter en twee kleinkinderen.

Barendrecht, dat is geen Westland...

Nee, ik woon niet in het Westland, en ik ben Rotterdammer van geboorte. Toch voel ik me zeker verbonden met deze streek en in de jaren dat ik hier nu werk ben ik me thuis gaan voelen. Als Rotterdammer heb ik met de Westlanders gemeen dat we van het slag mensen zijn dat van aanpakken houdt. Verschillen zijn er ook. De gemiddelde Westlander wil wel graag gezien worden. Status is wel belangrijk.

En vroomheid?

De kerk en het geloof spelen in het Westland nog wel een grotere rol dan in andere regio's, is mijn indruk. Eén van de eerste dingen die me opvielen was dat hier alles nog gevierd wordt vanuit de kerk; huwelijk, doop, ook uitvaarten. Met kerst krijgen we 2700 mensen binnen en moeten we drie vieringen houden om iedereen kwijt te kunnen. Ik denk wel dat veel van die betrokkenheid nog voortkomt uit cultuur en gewoonte.

Kom jij ook uit een kerkelijk nest?

Een beetje. . Ik ben dus in Rotterdam-Zuid geboren en opgegroeid als oudste van vier kinderen. Mijn vader was schipper en ik mocht geregeld met hem mee. Mijn moeder zorgde voor ons. Mijn ouders waren katholiek, maar veel dingen, zoals het vormsel, liepen via school. Thuis werd er weinig met de Bijbel gedaan en over geloof werd ook niet veel gepraat. In de kerk beleefde ik soms mooie momenten, maar wat ik er mee moest? Geen idee. Ik ben ook logisch van aard en sommige Bijbelverhalen kon ik niet rijmen met de realiteit en de wetenschap. Ina en ik zijn indertijd ook niet voor de kerk getrouwd.

Je had geen idee dat je ooit kerkenwerk zou doen dus...

Nee, toen nog niet. Omdat ik technisch ben aangelegd ging ik na de mavo naar de MTS. Vervolgens moest ik in militaire dienst. Eigenlijk was ik van plan geweest om ook de HTS nog te gaan doen, maar ik had ondertussen ontdekt dat geld verdienen ook wel fijn is, als je een gezin hebt. Ik ben dus naast mijn werk verder avondstudies gaan doen. Ik heb vervolgens jaren in de meet- en regeltechniek gewerkt bij bijvoorbeeld Shell, Gist-Brocades en bij een ingenieursbureau. Ook veel buitenlands gereisd, bijvoorbeeld om een fabriek te bouwen in Zweden. Maar dat had ik op een gegeven moment ook wel gezien. Je ziet je familie niet veel. In 2001 ben ik begonnen met een theologiestudie.

Zomaar?

Daar zit uiteraard een verhaal achter. Ik speelde indertijd drums en elektrische bas en kwam zo via de muziekschool bij een christelijk jongerenkoor terecht. Door alle optredens maakte ik veel diensten mee en op een gegeven moment hoorde ik ook preken over wat geloof voor jou persoonlijk kan betekenen. Dat intrigeerde me wel. Op een gegeven moment traden we op voor twee keer tweeduizend mensen tijdens een kerstsamenzang. Op het moment dat zoveel mensen met elkaar 'Ere zij God' zongen voelde ik zo'n verbondenheid dat ik wist 'hier moet ik iets mee'. Ik ging me er meer in verdiepen. Op een gegeven moment kwam ik bij de H. H. Laurentius en Elisabeth Kathedraal in Rotterdam een foldertje tegen: 'diaken, iets voor jou?' Toen besloot ik mijn studie theologie echt door te zetten.

Hielp die studie je in je geloof?

Laat ik zeggen dat het wat zekerheden heeft afgebroken maar dat er andere zekerheden voor teruggekomen zijn. Het heeft jaren geduurd voordat ik dat wat ik toen bij die volkskerstzang ervoer kon omschrijven.

Kun je dat nu uitleggen?

Wellicht kan ik dat aan de hand van het beeld van het Heilig Hart van Jezus dat hier buiten bij de Sint Adrianuskerk staat. In de Gelijkenis van de Parel vertelt Jezus over een koopman die alles wat hij heeft opgeeft en verkoopt om één kostbare parel te kopen. Je kent misschien het liedje 'je bent een parel in Gods hand'. Daar is geen Bijbeltekst over, maar als je bedenkt wat Jezus heeft gedaan voor ons besef je dat híj die koopman is en wij die parel. Hij had alles, zijn hele leven, voor ons over. Dat is zijn hart. Dat besef heeft me veranderd en iedereen die mij kent merkte dat. Ik ben me meer bewust van compassie, van de noodzaak om minder hard te oordelen. Het heeft mijn persoonlijkheid ook in praktische zin veranderd; zo praat ik nu veel makkelijker voor groepen.

Een hele verandering...

Natuurlijk was dat een proces waar niet alleen ik, maar ook mijn familie, in moesten groeien. Ook praktisch. In 2003 was ik bezig met mijn studie toen ik vanwege een functieverandering op mijn werk weer meer dagen zou moeten gaan werken. Ik besefte dat ik dan mijn studie wel kon vergeten en maakte de keus om te stoppen. Op dat moment zocht het dekenaat Delfland, dat toen nog bestond, iemand om leiding te geven op kantoor. Ik ben toen overgestapt. In die tijd is mijn kennismaking met het Westland al begonnen. Toen in 2006 de dekenaten werden opgeheven ging ik voor het bisdom werken, totdat ik in 2008 was afgestudeerd en tot diaken werd gewijd. Al een jaar tevoren was ik door pastoor Steenvoorden gevraagd om dan naar het Westland te komen.

Je bent wel gewijd maar geen priester...

Nee, al is het maar omdat ik getrouwd ben. In de kerk zijn tijdelijke diakens en permanente diakens. Ik ben een permanente diaken. Ons werk lijkt op elkaar, alleen mag ik, in tegenstelling tot een priester, geen avondmaal bedienen (wel assisteren), de biecht afnemen of de ziekenzalving doen.

Wat doet een diaken?

Diaken komt van 'diaconie'. Dat is de manier waarop we de dienende Christus een plaats geven. In dagelijkse taal: het is een dienst vanuit de kerk aan de samenleving. Daar horen kerkelijke en pastorale taken bij, zoals het leiden van diensten, uitvaarten, huwelijken, het bezoeken van mensen en ook gewoon de zorg voor de dagelijkse gang van zaken in de parochie; overleggen, gespreksavonden en dergelijke. Wat ik ook mooi vind is het diaconale werk met jongeren; M25. Die naam is gekozen omdat we Mattheus 25, de werken van barmhartigheid, als uitgangspunt nemen. We maken op oogstdankdag pakketjes voor ouderen, zamelen voedsel in voor de Voedselbank, doen sinterklaasacties, en allerlei andere activiteiten die ten goede komen aan mensen.

Een brede taak...

Zeker, en ook één die veel beslag legt op je vrije tijd. Mensen onderschatten dat wel eens. Tegelijkertijd is het ook ongelooflijk mooi om te doen. Toen ik overstapte ging ik er financieel op achteruit, maar dit is uiteindelijk een veel rijker beroep gebleken.

Hoe kijk je terug op die twaalf-en-een-half jaar?

Een mooie tijd met soms moeilijke perioden. Toen ik hier nog maar pas was, overleden kort na elkaar twee priesters aan kanker. Dat was heftig. Het was ook moeilijk toen er ophef ontstond over het seksuele misbruik in de kerk in Poeldijk in het verleden. Ik heb dat jaren daarvoor al aanhangig gemaakt bij de Commissie Deetman, maar omdat bijna alleslachtoffers en de dader overleden waren heeft de commissie daar toen niets mee gedaan. Toen het weer werd opgerakeld hebben we contact gezocht met de families. Tegenover die moeilijke tijden staan ook veel hele mooie momenten. De collegialiteit onderling, de hartelijkheid waarmee gevierd wordt, en bovenal het feit dat ik met mensen heb mogen oplopen, dat zij dingen aan mij durfden toevertrouwen en dat ik hen kon bijstaan als het moeilijk was.

Niet altijd makkelijk dus...

Ken je dat lied van de Hollies? Een regel daaruit zegt heel mooi hoe ik dat zie. Het gaat over een meisje dat haar broertje draagt over een lange weg. En als haar gevraagd wordt, is het zwaar? Dan is haar antwoord: 'He ain't heavy he's my brother'.