Op de pijp met... Annet Bijl

Redactie 04-07-2021

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Annet Bijl

Tekst: Esdor van Elten / Foto's: Ton van Zeijl

Ook na veertig jaar in het vak praat Annet Bijl (66) nog even bevlogen over haar werk in het onderwijs. Toch is ze bezig met haar laatste jaar als docent op het ISW Lage Woerd. "Ik ga het zeker missen." Annet is drie jaar weduwe, heeft twee zoons, een schoondochter en vijf kleinkinderen en woont in Maasdijk.

Van wie ben jij er één?

Ik ben er één van Nelis en Aria van Lenteren. Bekende kruidenier in Maasdijk. Daar ben ik dus ook geboren en getogen. Ik heb vijf maanden in Naaldwijk gewoond, maar toen ging ik gauw weer terug.

Een middenstandsgezin dus...

Ja. Waarbij mijn twee zussen en ik toch wel geacht werden mee te helpen. Ik mocht bijvoorbeeld wel op gymnastiek, maar niet op zaterdag sporten, want ik moest op zaterdag in de winkel zijn. Maar het was een fijn gezin en ik ben trots op mijn ouders. Mijn vader kwam na zijn diensttijd in Nederlands-Indië met helemaal niets in Nederland terug en heeft alles samen met mijn moeder van nul af aan moeten opbouwen.

Maar jij zag een toekomst in de supermarkt niet zo zitten...

Ik wilde al handwerkjuf worden toen ik nog op de lagere school zat. Ik kom ook uit een familie waar veel huisvlijt bedreven werd. Ik hou daar ook van. Lekker met draadjes in de weer. Ik ben een draadjesmens. Na de Oranjeschool, nu weg, ging ik naar de mulo aan de Chrsysantenstraat. Bestaat ook niet meer. Is nu een mooie woonwijk. Mijn ouderlijk huis is er ook niet. Alles waar ik op gezeten heb is afgebroken. Vervolgens haalde ik mijn akte naaldvakken. Ik had eigenlijk liever Stofversieren gedaan, dat was wat losser dan naaldvakken, maar goed, dat is ook wel goedgekomen. Ik heb nog een jaar kunstacademie gedaan en daarna zoveel cursussen en bijscholingen dat je van al die certificaten de kachel kunt laten branden.

En daarna?

Hoe gek het ook klinkt, maar in die tijd was het niet makkelijk om aan een baan in het onderwijs te komen. Ik ben er dus een tijd tussenuit geweest. Ik heb een tijdje bij een bank gewerkt, want geld tellen kan ik ook. Ik heb op verschillende plekken in het Westland gewerkt, zoals op de Oranjeschool en Het Kompas in Maasdijk, het Spreeuwenest in Maasland, ook nog een tijdje in De Lier. Van school naar school en van fusie naar fusie. Nu werk ik alweer heel lang op ISW Westland Praktijkcollege en vakcollege aan de Lage Woerd.

Je gaf niet alleen maar handwerkles...

Ik heb ook andere vakken gegeven, zoals maatschappijleer, geschiedenis en godsdienst. Die laatste vond ik wel lastig. Bij handwerken heb je aan het begin van het jaar een lap stof en aan het eind ervan een jurk. Maar dat werkt bij andere vakken natuurlijk anders.

Maar geschiedenis vind je leuk, toch?

Geschiedenis fascineert me. Zo'n onwijs leuk vak. Ik heb wel geleerd dat je bij de leerlingen niet te vaak 'vroeger' moet zeggen. Dan haken ze af. Je hebt toch levend materiaal voor je. De geschiedenis is voor hen vaak een andere wereld. Ik vertel bijvoorbeeld graag over de Watersnoodramp en rond vier en vijf mei over de Tweede Wereldoorlog. Over de stranden van Normandië, waar jongens van ver, net iets ouder dan zij, werden neergemaaid zodra de klep van de landingsboot open ging. Ik ben er geweest. Al die kruisen. Wat een tragedie. Als ik daar aan de hand van films als Saving private Ryan met hen over praat, zijn ze vaak toch wel weer geïnteresseerd. Maar pas vroeg er ook eentje 'waarom vertelt u niet over de aanslagen in Brussel?' Geweldig. Want hij had gelijk. Dat is hún wereld. Laten we niet vergeten te praten over wat zij meemaken.

Het vmbo wordt onderschat...

Je kunt beter zeggen: deze kinderen worden niet op waarde geschat. Maar het zijn echt wereldkinderen. Dat moet je ze blijven voorhouden. En het is ook zo. Hier komen vaklui uit voort. Mensen die iets kunnen. Mijn eigen zoons zijn timmerman en loodgieter geworden. De timmerman zat voor coronatijd in de horeca. Toen alles dicht ging kon hij gewoon zijn timmerwerk weer oppakken. De loodgieter zit nu in de Deense karren. Als je een vak geleerd hebt kun je je altijd wel redden.

Maar dat is ook niet altijd makkelijk, lijkt me...

School is meestal niet leuk. Geen kind heeft er zin in. Sommigen hebben veeo ondersteuning nodig en sowieso, de puberteit is al ingewikkeld genoeg. Lessen zijn dan alleen maar vervelend. Als ik ze voor hou dat ze dit later waarschijnlijk als de leukste tijd van hun leven zullen beschouwen hoor je ze zeggen: 'die is gek'. 'Ja', zeg ik dan. 'Maar dat moet je ook wel zijn om hier te werken'. (lacht uitbundig). Daarom vind ik het ook belangrijk om ervoor te zorgen dat ze hier gewoon een fijne tijd hebben. Het blijven pubers hè. Dat mag je ook stimuleren. Ik ga bijvoorbeeld graag mee op kampen. Ik ben een kampmens. Dan spoken ze vaak van alles uit, maar dat is ook het leuke ervan. Bij één zo'n kamp was het 's avonds gewoon stil. 'Dat is toch geen kamp', zeiden we. Dus wij de muziekbox vol aanzetten met 'Als de morgen is gekomen' en de kinderen uit bed gehaald om een pyjamapolonaise te houden.

En was het voor jou wel altijd makkelijk?

Je hebt altijd wel tijden dat het niet zo lekker loopt. Je gaat niet altijd fluitend naar school. 'dan is het gewoon maar werk', denk ik dan. Maar ik probeer er altijd wel weer iets van te maken. Onderwijs is niet zozeer een roeping, maar een uitdaging. En ach, later lach je er om. Dat je bij Maatschappijleer, als je even de klas uit gegaan bent en blijkt dat ze bij terugkomst allemaal een hoedje hebben gevouwen van de krant die je met ze aan het bespreken was.

Kun je ze wel wat aan kunst en cultuur bijbrengen?

Vaak vinden ze mijn vak toch wel leuk. Maar je moet het niet ingewikkeld of elitair maken. We laten ons inspireren door kunstenaars zoals Hundertwasser of Karel Appel. Verder probeer ik ook aan te sluiten op hun belevingswereld. Nu hangt er een hele slinger met alle voetballers van het Nederlands Elftal in de klas. En er zitten wel talenten bij hoor. Toen we jaren geleden de muur van De Tuinen mochten beschilderen was er één, die tekende het allemaal zo in. Bomen, kassen, in perspectief. De anderen hoefden het alleen maar in te kleuren.

Wat hoop je te hebben meegegeven?

Vooral warmte denk ik. De wereld is hard en we hebben allemaal wel eens een hand op je schouder nodig. Ik probeer op allerlei manieren bij ze aan te sluiten. Ik heb mijn hond wel eens mee naar school genomen. Dan heb je hele andere gesprekken met de leerlingen. Je zou bijna een hulphond op school willen hebben.

Vorig jaar je veertigjarig jubileum, nu stoppen met een raar laatste jaar...

Een héél raar jaar, maar ook een heel mooi jaar. Tuurlijk. Ik moest wel leren omgaan met die digitale lessen ,en dat is niet mijn sterkste kant. En die 'donderstenen' wéten dat. Maar we hebben toch mooie dingen kunnen doen en het komt echt wel op z'n pootjes terecht. Achterstanden? Ik denk wel dat dat meevalt.

Ga je het missen?

Ik ga het zeker missen! De leerlingen, maar vooral ook de collega's. Het is zo'n fijn team. Ze hebben me zo goed opgevangen toen mijn man overleed. (wijst op haar arm) Dat is drie kettinkjes geleden. Ik draag voor ieder jaar een armbandje. Ik ben nu toevallig even een uithangbord, maar zie dit verhaal ook maar als een compliment voor hen die zo hun best doen voor de kinderen.

En voor jou, hoor ik...

(Op brengt collega Cathy Maat gebakjes) Annet: Cathy is mijn 'mantelzorger'. Ze doen zulke leuke afscheiddingen voor me. In de medewerkerskamer hebben ze een ruimte ingericht met een schommelstoel en een paar geraniums, zodat ik alvast kan oefenen met erachter zitten. Ik krijg geregeld wat. Pas geleden hadden we een 'advocaatmomentje'. Want ouwe mensen eten dat. Nou, geef mij maar een bamischijf, zei ik. Nee, ik ga ze allemaal echt missen, collega's en leerlingen. Onvoorstelbaar!

Op de pijp met is naar een idee van Peter en Ton van Zeijl.