Op de pijp met... Teun van der Lugt

Redactie 10-07-2021

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Teun van der Lugt

Tekst: Esdor van Elten / Foto's: Ton van Zeijl

Hij zag veel van de wereld en maakte veel mee. Mooie, maar ook minder mooie dingen. Teun van der Lugt (72) schreef een boek over zijn 'avontuurlijk leven vanuit het geloof'. "Ik denk dat er best wel een paar lessen in staan." Teun is sinds september vorig jaar weduwnaar, heeft vijf kinderen, negen kleinkinderen (en de tiende op komst) en woont in Maasdijk.

Ben jij zo'n avontuurlijk type?

Vrienden hebben me wel eens gezegd dat ik nergens bang voor ben. Dat is natuurlijk niet helemaal waar, maar ik ben best bereid een risico te lopen om te kunnen doen waar ik in geloof. Ik ben in tal van landen geweest, Siberië, Kazachstan, Albanië, China, Noord-Korea, en Afghanistan. Soms was dat gevaarlijk. Vaak ook niet.

Jouw avontuur begon in het Westland...

Ik ben geboren en getogen in Honselersdijk. De oudste van drie kinderen. Mijn vader was tuinder Zelf zag ik tuinen niet zo zitten. Toch is mijn agrarische achtergrond verschillende keren van pas gekomen en is het één van de rode draden in mijn leven.

Wat ging je wèl doen?

Na de School met de Bijbel ging ik wel naar de tuinbouwschool. Dat was normaal als je vader tuinder was. Op mijn 16e ging ik werken bij de melkfabriek aan de Dijkweg in Naaldwijk. Eerst in de verpakking, later in de melkpoedermakerij. Ik heb een jaar of zeven in de zuivel gezeten. Daarna ging ik werken bij Petri Kado, in die tijd best wel een bekende meubelzaak in het Westland. Dat heb ik ook een jaar of zeven gedaan. Vervolgens ben ik met een vriend in het aangenomen werk gegaan. Tomaten dieven en draaien.

Tòch de tuinbouw in. Waarom?

Inmiddels was ik (jong) getrouwd met Hannie. Samen waren we actief bij de christelijke jongerenorganisatie Youth For Christ (YFC), toentertijd een actieve groep in het Westland. Voor mijn werk bij Petri zou ik meer uren moeten gaan maken en daardoor kwam mijn werk voor YFC in het gedrang. Dus besloot ik te stoppen. Toen was de tuinbouw vertrouwd werk om op terug te vallen.

Nogal een stap. Was YFC zó belangrijk?

Youth for Christ zelf misschien niet. Leven vanuit en door mijn geloof wel. Dat is altijd zo gebleven. Hannie en ik verhuisden naar Maassluis. Via het koffiebarwerk kwamen we veel jongeren tegen die op één of andere manier hulp nodig hadden en wij stelden ons huis voor hen open. Vaak hadden we ze wel drie jaar in huis.

Dat is niet niks...

Niet altijd makkelijk, maar wel heel verrijkend. We hebben in de loop van de tijd heel wat mensen opgevangen en één van de dingen die we merkten was dat de problemen verergerden omdat ze niets omhanden hadden. Daarom keerden we midden jaren '80 terug naar het Westland. We kochten een kwekerijtje in Maasdijk waar we kamerplanten teelden en jongeren dus ook iets te doen konden geven. Dat hebben we ruim tien jaar gedaan, maar toen kwam de klad erin. Uiteindelijk raakten we de hele zaak kwijt. Gelukkig zonder schulden, maar voor mij was het heftig. Ik had er voordien over gebeden. Ik was er van overtuigd het goede te doen. Als het dan fout gaat, dan begrijp je dat niet.

Begrijp je dat nu wel?

Achteraf denk ik dat het een voorbereiding was om dingen los te kunnen laten. Want niet al te lange tijd later vertrokken we voor de stichting Hoop voor Albanië naar dat land. In die tijd het armste van Europa. Waar ouderen gewoon doodvroren in de winter omdat ze geen stookhout hadden. We hebben daar een gasthuis gerund en ik coördineerde de aanvoer van hulpgoederen en projecten zoals de bouw van een kinderhuis en renovatie van een deel van het psychiatrische ziekenhuis. Ik was daar vijf jaar als een vis in het water. Een droom die uitkwam.

Toch bleef je niet...

Onze jongste zoon was met ons meegegaan, maar keerde naar Nederland terug voor zijn studie. Dat lukte hem niet alleen, en dus kwamen wij ook terug, want uiteindelijk zijn je eigen kinderen je eerste verantwoordelijkheid. Het was wennen, een cultuurshock. Ik had heimwee. Tijdens een praatprogramma van de EO werd me gevraagd: heb je heimwee naar Albanië, of naar God? Dat was een vraag die mijn leven veranderde.

Waarom?

Omdat het me er van doordrong dat je hier snel geneigd bent God te vergeten. Kijk, in Albanië is niks. Daar móet je wel op God vertrouwen. Hier heb je Hem al snel niet meer nodig. Alles is geregeld. Ik moest leren ook hier te vertrouwen en God bij dingen te betrekken.

Wàs alles geregeld?

Nou ja, die eerste tijd voelde ik me haast een vluchteling We hadden niets, geen huis, geen auto, geen telefoon. Lastig solliciteren is dat. Gelukkig kon ik op de bloemenveiling aan het werk. Eerst als verdeler, later als padbeheerder en zoeker.

Zoeker?

Er gaat op zo'n grote veiling wel eens iets mis. Ladingen worden verkeerd bezorgd, raken zoek. Dat soort problemen moest ik dan oplossen. Ik noemde het 'levend sudoku' en ik heb tot mijn pensioen met veel plezier op de veiling gewerkt...

Geen buitenlandse avonturen meer?

Jawel. Maar dan kortdurend. Ik heb verschillende landen bezocht waaronder Afghanistan en Noord-Korea.

Geen ongevaarlijke landen...

Noord-Korea is vooral gevaarlijk voor gelovigen daar. Niet zozeer voor ons als bezoekers. We zijn daar een week geweest. Natuurlijk laten ze je alleen de mooie dingen van het land zien en echt contact met de bevolking heb je niet. Maar toch was het een bijzondere ervaring. Je kunt als christen niet veel meer doen dan laten zien dat je hen respecteert en waardeert, maar dat doet al veel, want de Noord-Koreanen voelen zich verstoten uit de wereld. Nee, dan was Afghanistan gevaarlijker. Niet alleen voor ons. Als je daar christen bent of wordt ben je ook vogelvrij en loop je gevaar. We hebben daar onder andere ook een kwekerij annex modeltuin opgezet waar we hen leren om tunnelkassen te bouwen, druppelirrigatie toe te passen en dergelijke. Ze zijn heel leergierig.

Waarom schreef je een boek?

Omdat je in dit werk nogal wat meemaakt en we altijd al dachten: 'dat moeten we eigenlijk eens opschrijven'. Het kwam er niet van, tot dan Hannie darmkanker kreeg. Ik stopte met alle activiteiten om bij haar te zijn, maar daar voelde ze zich bezwaard over. Toen was de tijd rijp om te schrijven en zij zei: 'ik corrigeer je wel', want mijn Nederlands is niet heel goed. Ze heeft gelukkig het hele verhaal kunnen zien en corrigeren voor ze in september 2020 overleed. Samen met mijn schoonzoon hebben we het boek toen verder vorm gegeven.

Je bent openhartig, bijvoorbeeld over alcohol...

Ik wil me niet mooier voordoen dan ik ben. Toen ik jong was lustte ik wel een biertje. Ieder weekend een schuurfeest. Zoveel, dat Hannie een grens trok. Ze wilde de relatie verbreken. Maar God kan helpen als dingen groter zijn dan jijzelf, zoals de alcohol dat bij mij was. Ik vroeg om hulp en kreeg het.

Zomaar?

Het ging me zomaar tegenstaan. En nee, ik ben niet van de blauwe knoop. Ik lust best nog wel eens een wijntje of een borrel. Maar het is geen probleem meer voor me.

Dat is het voor velen wel...

Ik heb in Siberië gezien hoe verwoestend alcohol kan zijn. Veel mannen daar doen niet veel meer dan drinken. Ze hebben niets anders te doen. Maar ook hier in het Westland word je vreemd aangekeken als je geen bier drinkt. Dat is lastig te verkopen.

Is dat erg?

Wel als het je gaat beheersen. Als het je boven het hoofd groeit, het groter wordt dan jij.

Zit er een boodschap in je boek?

Het is vooral het verhaal dat ik wilde vertellen aan mijn kinderen, kleinkinderen familie en vrienden. Maar ik denk dat er ook wel wat lessen in staan. Bovenal heb ik willen laten zien dat het een geweldige uitdaging is om te leven met God, en beslist niet saai, zoals mensen vaak denken. Ik heb nooit gedacht dat ik al die landen zou bezoeken en dat ik daar van betekenis zou zijn.

'Teun, autobiografie van een gelovige avonturier' is verkrijgbaar op diverse afhaalpunten in Westland en Maassluis. Zie: www.teunopavontuur.nl.

Op de pijp met is naar een idee van Peter en Ton van Zeijl.