'Hard werken, hard fietsen, hard bier drinken'

Redactie 18-07-2021
Foto: Rolf van Koppen FotografieJohn Grootscholten won driemaal gouden medaille bij het NK vrije renners.

Eind jaren 90 werd Heulenaar John Grootscholten (51) drie keer op rij nationaal kampioen bij de trimmers, ook wel vrije renners genoemd. Nimmer werd deze prestatie geëvenaard. Een vierde titel in eigen omgeving, op het terrein van WWV was dichtbij, maar in de sprint moest de 'Speedy Gonzales' van het peloton uiteindelijk Marc den Hoed voor laten gaan. "Je weet dat je de titel een keer gaat verliezen, maar in eigen huis had ik hem nog graag een keer geprolongeerd."

door Marcel Zaat

Het wielrennen in huize Grootscholten werd hem met de paplepel ingegoten. Vader Leo maakte deel uit van het bestuur van FTCW en oudere broer Ed wist ook van wanten op de pedalen. Toch was het niet alleen wielrennen wat hem trok. Het voetballen bij Quintus deed hij ook graag. Pas op zijn 50-ste jaar nam hij afscheid van de balsport. "Het was vanaf mijn jeugd eigenlijk altijd al 6,5 maand in het teken van het voetballen en 5,5 maand op de fiets. Een prima combinatie."

Staken

Op zijn 10-de jaar debuteerde Grootscholten in de racewedstrijden tijdens de Wateringse Wielerronde. Het werd geen succes. Hij kwam hij nog tijdens de start in aanraking met de straatklinkers. Eén jaar later triomfeerde hij wél aan de Kerklaan. Als jeugdlid doorliep hij FTCW om later al lid van WWV bij de trimmers de nodige successen te boeken. Vooral de criteriums waren in die tijd een strijd op leven en dood. De trimmers koersten er immers harder dan de profs. Grootscholten kijkt er met genoegen op terug, maar weet ook dat het soms gekkenwerk was. "Tot laat in de middag werken, snel douchen en op naar het criterium. De onderlinge strijd was ontzettend groot. Vooraf waren wij vrienden, achteraf dronken wij bier, maar tijdens de koers was het ieder voor zich. In Maasdijk werd ik nog een keer gesneden door iemand uit Zeeland en kwam pas bij in de ambulance. Het was ook de tijd dat je een A-en B categorie bij de amateurs kende. Op daglicentie mochten wij bij de B-amateurs mee rijden. Ik weet nog een keer dat die B-amateurs tijdens een ronde staakten omdat zij vonden dat wij als trimmers niet mee mochten rijden. Met ons groepje Westlandse trimmers reden wij gewoon verder. Je had die gezichten moeten zien. Heel raar overigens als je weet dat B-amateurs een categorie hoger rijden, maar als trimmers reden wij nu eenmaal harder dan zij."

Tweemaal van fiets gewisseld

In 1997 werd het eerste Nederlands Kampioenschap behaald. In Hengstdijk (Zeeland) waaide het flink en in een kopgroep met regiogenoten Ruud van der Hoeven en fietsmaatje Roel de Bakker trok Grootscholten er twee kilometer voor de finish succesvol op uit. ''Ik sprak met Roel af om als eerste gaan. Mocht het mislukken zou hij gaan." Zijn titel prolongeerde hij in het Drentse Nijeveen."Ik was daar tweemaal van fiets gewisseld. Mijn ketting liep niet lekker en ik ging verder op de fiets van mijn broer. Twee ronden later was mijn fiets weer gefixt." In de sprint liet hij Peter Baars, die eerder het NK marathonschaatsen won, achter zich.

Kippenvel

De allermooiste keer dat het nationale tricot werd bemachtigd was echter op Texel. "Vooraf had ik zelf een jeugdherberg geregeld. Alle 40 bedden waren voor ons. Het was dat weekend één groot feest. De meegereisde supporters zorgden voor een unieke sfeer." De race op zondag werd een slijtageslag waarin Grootscholten over 100 kilometer in een geaccidenteerd en bochtig parcours de sterkste bleek. "In de eindsprint, die licht omhoog ging, bleef ik oud-semiprof Pascal Vergeer met een fietslengte voor. Al mijn supporters hadden zich op de laatste meters van de finish verzameld en gingen als een dolle tekeer. Ik krijg nog kippenvel als ik er aan terugdenk."