Op de pijp met... Kees Groenewegen

Redactie 08-08-2021

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Kees Groenewegen.

Tekst: Esdor van Elten / Foto: Ton van Zeijl

Wie wil leven van de tuin moet hard werken. Maar dat garandeert niet alles. Reden voor Kees Groenewegen (80) om jaarlijks de Oogstdankdag met overgave te vieren. "Er is nog steeds nood, maar het bidden lijken we te vergeten." Kees woont met zijn vrouw Nel Groenewegen-Van der Knaap in 's-Gravenzande. Samen hebben ze twee dochters en vijf kleinzoons.

Van wie ben jij er één?

Ik ben een Groenewegen uit Naaldwijk. Mijn vader tuinde op de grens van Naaldwijk en 's-Gravenzande op het land van mijn opa Hein. Ik kom uit een nest van veertien kinderen, maar vijf daarvan zijn al heel jong gestorven. Hun rhesusfactor was niet goed. Zelf had ik dat ook, maar ik kon een medicijn krijgen dat nieuw uit Amerika kwam en daardoor heb ik het overleefd. We waren dus met negen thuis, maar voor mijn moeder zijn het altijd veertien kinderen gebleven. Ze werd woedend toen ik als kind een keer opmerkte dat ze er toch nog negen had. "Ik heb ze gekregen om voor te zorgen!", zei ze.

En dat deed zij...

Dat deed zij heel goed. We hadden een fijn gezin met de vier broers en de vijf meiden. Mijn vader teelde druiven en daarnaast de gewoonlijke gemengde teelt. Maar druiven waren de hoofdteelt en hij kon het dan ook niet geloven dat ik zelf, toen ik begon met tuinen, geen druiven nam.

Wilde je graag tuinder worden?

Ik heb het er wel eens over gehad dat ik naar de zeevaartschool wilde, om te gaan varen. Er werd in die tijd niet veel gepraat, maar wel wat gezegd en mijn vader hield me zeker niet tegen, maar hij moedigde me ook niet aan en dus kwam het er niet van. Ik ben na de lagere school in Naaldwijk en de tuinbouwschool met hart en ziel tuinder geworden en veertig jaar gebleven. Als ik achttien was, zou ik het weer doen.

Maar zonder druiven dus...

Mijn broer en ik begonnen naast elkaar op 'leeg land' bij het Staalduinse Bos, dat we huurden, en later kochten, van de familie van Rijckevorsel. Toen we van een stoppende tuinder vijf druivenkassen konden overnemen wilde mijn vader die tussen ons verloten. Maar mijn broer mocht ze van mij allemaal hebben. Ik wilde ze niet. Ik merkte dat de tijden veranderden. De concurrentie uit de zuidelijke landen kwam op en ik zag er geen brood in. Mijn vader kon dat moeilijk begrijpen, omdat hij zijn hele leven een gezin ermee had kunnen onderhouden. Later zag hij in dat ik toch wel gelijk had gehad. Mijn broer heeft een aantal jaren druiven gehad maar is er toen ook mee gestopt. Overigens heb ik altijd wel een hobbykas met druiven gehad en nadat ik stopte met tuinen heb ik nog vele jaren enthousiast meegeholpen op de Druiventuin in Monster.

Wat ging jij dan telen?

In het begin sla en tomaten, in 1980 stapte ik over op rettich. Dat heb ik tot 2000 geteeld en ik hield er een prima boterham aan over.

Wat is rettich?

Dat is een soort witte peen. Familie van de radijs, en hij doet het heel goed op zandgrond. Het is een 'vergeten groente', net zoals schorseneren, 'nero' in het Westlands. Je ziet het niet veel meer. Het is best zware teelt en naarmate Nel en ik ouder werden werd het moeilijker. Daarom heb ik de tuin in 2000 verkocht aan Vellekoop. Zijn zoons gingen daar amaryllis telen. Omdat hij de tuin niet direct nodig had kon ik nog een laatste keer rettich zaaien. Op 30 april 2001, Koninginnedag, heb ik de laatste getrokken.

En toen het zwarte gat?

Vervolgens kwam Vellekoop bij me. Zijn zoons konden in het seizoen wel hulp gebruiken bij de amaryllis. Dat heb ik nog heel wat jaartjes gedaan. Geweldig om in de winter wat te doen te hebben. In de zomer zat ik dan veel op de Druiventuin. Ik heb daar gekrent bij het leven. In verkiezingstijd plak ik affiches voor het CDA.

En verder heb ik altijd veel bij en voor de kerk gedaan. De Lambertuskerk in Heenweg. Die kerk is indertijd, in 1872, óók gebouwd door de familie Van Rijckevorsel. Hun huurders moesten anders helemaal naar de kerk in Naaldwijk lopen.

Wat doe je bij de Lambertuskerk?

Ik zit onder andere al vijftig jaar op koor. De Vrienden van de Lambertuskerk. Het is ook echt een vriendenkoor. Toen ik me naar aanleiding van een advertentie in het parochieblad opgaf bij de toenmalige dirigent, Martien Ammerlaan, viel Nel van haar stoel: "Zingen? Jij kèn helemaal niet zingen."

Inmiddels wel?

Nou, ik denk van niet. Maar ik heb het altijd wel graag gedaan. Heerlijk ontspannend. Net zo ontspannend als in zee zwemmen, wat Nel en ik zomer en winter door dagelijks doen bij het Arendsduin.

Is geloof belangrijk voor je?

Ja. Ik heb er veel steun aan. Ook bij gezondheidsproblemen die zich in de familie en bij mij voordeden. Ik ben me er van bewust dat je als tuinder wel hard kunt werken, maar dat je niet àlles zelf in de hand hebt. Het is één van de redenen dat ik al 55 jaar naar Heiloo ga voor de jaarlijkse oogstdankdag op de eerste woensdag in september. Ik bid nog steeds voor de agrarische sector.

Wat is dat, de oogstdankdag?

Wat het woord zegt. Een dankdag voor de oogst. In Westland hebben we er ook één, op de eerste of tweede zondag in oktober. Die in Heiloo is in de crisis van de jaren '30 ontstaan. Oorspronkelijk georganiseerd door de LTB, later overgenomen door LTO-Noord. Nood leert bidden zegt men. De kerk waar de oogstdankdag gehouden wordt heet de Onze Lieve Vrouw ter Nood. Maar het gaat ook om dànken. We nemen dus iets van de oogst mee om op het altaar te leggen. Dat wordt later weer aan een goed doel geschonken.

Je organiseert ook de reis erheen..

Ik heb dat een jaar of zestien geleden overgenomen van Els Groenewegen (geen familie). Samen met Aad Kouwenhoven hebben we geprobeerd er wat meer leven in te brengen, want de deelnemersaantallen liepen terug. Dat is aardig gelukt. Een paar jaar geleden hebben Peter en Bernadette van der Knaap het van Aad overgenomen. We werven met elkaar de deelnemers, en er zijn natuurlijk allerlei organisatorische zaken. Van het regelen van de bus tot het bestellen van de lunches.

Het leeft dus wel in Westland?

Inmiddels is Westland weer één van de gebieden die de meeste deelnemers aan de Oogstdankdag leveren. Alle kernen zijn wel vertegenwoordigd. Pastoor Steenvoorden gaat elk jaar mee. De bus start in Naaldwijk en rijdt via de Middelbroekweg naar Kwintsheul en Wateringen, waar ook groepen opstappen. Wel is het zo dat het voornamelijk ouderen zijn. Onder jongeren is er minder animo.

Er is blijkbaar weinig nood?

Ik denk dat er nood genoeg is, maar dat mensen het bidden inmiddels een beetje vergeten zijn.

Doe je nog meer bedevaarten?

We zijn wel eens in Rome geweest. Lourdes staat nog op de verlanglijst. Maar de enige andere bedevaart die ik jaarlijks doe is die in Den Briel.

Den Briel?

Vroeger zeiden ze in het Westland: Naar Den Briel ga je voor je ziel, voor een man naar de Sint Jan en kom je daar niet klaar, dan ga je naar Kevelaer. Op 9 juli trekken we, na een kleine dienst in Monster of De Lier, met een hele groep Westlanders op de fiets naar Brielle. We gedenken dan de martelaren van Gorcum, die in 1572, na de inname van Den Briel door de Watergeuzen, zijn gemarteld en opgehangen.

Hoe gaat dat in coronatijd?

Zowel vorig jaar als dit jaar gaan de bedevaarten niet door. Daar baal ik wel van. De Westlandse Oogstdankdag in de kerk van de Heilige Lambertus gaat naar verwachting wel door.

Regel je daar ook dingen?

Jazeker. Ik haal onder andere oogst op bij de Westlandse tuinders. We proberen alle Westlandse producten vertegenwoordigd te hebben. Dat lukt aardig. Toen vorig jaar een katholieke aubergineteler stopte, heb ik het gewaagd om bij een protestantse tuinder aan te kloppen. Ik kreeg ze mee. "Want", zei hij, "We geloven in dezelfde God." En zo is het!

Op de pijp met is naar een idee van Peter en Ton van Zeijl.