Op de pijp met... Michel Vis

Redactie 20-08-2021
Foto: []

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Michel Vis

Tekst: Esdor van Elten / Foto: Ton van Zeijl

Michel Vis (59) is een rasechte 'Poelluker' en dat mag iedereen weten. Daarom voert hij liefdevol de Poeldijkse kleuren van zijn zelfontworpen vlag. Naast deze heeft hij nòg tien andere vlaggen bedacht, één voor iedere kern in het Westland. "Een vlag, dat zegt iets over je identiteit." Michel is getrouwd met Gervaise en heeft een zoon en twee 'bonuskinderen'. Hij woont (vanzelfsprekend) in Poeldijk.

Van wie ben jij er één?

Ik ben een Vis. Geboren 'tussen de fietsen' in Poeldijk, waar mijn opa meer dan honderd jaar geleden, in 1919, als fietsenmaker begon. Ik ben dus de derde generatie in het bedrijf, en mijn opa, vader en ik hebben samen alles meegemaakt wat er op fietsgebied is gebeurd.

En dat is heel wat...

Er is enorm veel gebeurd in ons vak. Mijn opa kende eigenlijk alleen het klassieke 'stalen ros', wat wij nu zo'n beetje de 'opafiets' noemen. Vooral bedoeld voor woon-werkverkeer en verkrijgbaar in zwart, zwart en zwart. Mijn vader nam de zaak in 1958 over. Toen begon er al voorzichtig wat meer verscheidenheid te komen. Naast fietsen verkocht en repareerden ze de in die tijd ook razend populaire bromfietsen: Puchies, Solex, Zundapp...

Die had jij vast ook?

Als kind kreeg ik in eerste instantie natuurlijk een opknappertje uit de werkplaats. Ergens rond mijn veertiende kreeg ik mijn eerste nieuwe fiets, die ik deels zelf bij elkaar gespaard had, want mijn ouders hielden de Westlandse gewoonte aan: 'je moet er wel wat voor doen'. Op mijn zestiende heb ik inderdaad meteen een brommer genomen. Een Zundapp. Nou ja, genomen, eigenlijk heb ik 'm gewonnen. Mijn vader had mijn broer en mij uitgedaagd: als je niet rookt voor je zestiende, krijg je van mij een brommer. Ik ben nooit aan het roken begonnen, dus dat was makkelijk winnen.

Wilde jij ook altijd al fietsenmaker worden?

Dat kwam pas rond mijn negentiende, al had ik er wel de juiste vooropleiding voor. Na de Bartolomeüsschool ging ik naar de LTS in Den Haag, de metaalkant. Vervolgens ging ik in dienst. Dat kon want ik was zeventieneneenhalf. Toen ik op mijn negentiende weer thuis kwam in Poeldijk wist ik het zeker: ik ga de fietsen in.

Waarom toen wel?

Ik zag dat er veranderingen aan zaten te komen. Het assortiment werd steeds breder. Er kwamen racefietsen, mountainbikes, sportieve fietsen. Het werd technisch interessanter en leuker en dat trok me wel. Ergens speelde denk ik ook wel het gevoel mee dat het familiebedrijf toch ook voortgezet moest worden. Ik heb vervolgens mijn Middenstandsdiploma gehaald en allerlei fietstechniekcursussen gedaan. Hoewel ik ook sleutelde, heb ik me bewust altijd meer toegelegd op de verkoop. Een winkel kan niet zonder werkplaats, maar de winkel is wel de plek waar je het moet verdienen.

Waarschijnlijk heb je de grootste technische ontwikkeling nooit kunnen voorzien...

Je bedoelt de E-bike waarschijnlijk. Nee, daar was toen nog geen sprake van, maar het is zonder meer de grootste technische fietsontwikkeling van de laatste eeuw. Ons vak is er onvoorstelbaar door veranderd. Toen begin deze eeuw de eerste E-bikes werden ontwikkeld, was het echt nog bedoeld voor senioren. Maar inmiddels is de E-bike er voor iedereen en is de verscheidenheid net zo groot als in de 'gewone' fietsen. De vrijheid en het gemak spreken mensen aan. Toen corona kwam explodeerde het helemaal.

En die ontwikkeling gaat nog wel even door...

Ja, naast het personenvervoer zie je dat de fiets ook weer helemaal terug komt in het transportwezen. Denk aan de pakketdiensten en de maaltijdbezorgers, die gebruiken allemaal E-bikes. In stedelijke gebieden, die vaak autoluw worden gemaakt, maar juist ook in buitengebieden waar je nog wat meer afstanden hebt af te leggen. Wat vroeger op de brommer en met de bakfiets gebeurde, gebeurt nu met de E-bike.

Wat is er zo anders geworden?

Ons werk is vooral complexer geworden. Vroeger zag je in één oogopslag wat het mankement was, tegenwoordig sluiten we de fiets, net als je auto, aan op een computer om de storingen uit te lezen. Dat betekent ook dat je voortdurend bij moet blijven. We doen dus regelmatig bijscholingscursussen en in 2016 ben ik voor een studiereis in China geweest. Verreweg de grootste wereldleverancier van fietsonderdelen. Het is onvoorstelbaar wat je daar allemaal ziet op fietsgebied.

Jij lóópt ook graag, heb ik me laten vertellen...

Sinds 2001 loop ik ieder jaar de Vierdaagse van Nijmegen. Helaas is die de laatste twee jaar niet doorgegaan.

Heb je de alternatieve niet gelopen?

Nee. Want ik hou vooral van de sfeer en de gezelligheid van de èchte Vierdaagse. Je bent echt even in een andere wereld. Je ontmoet nieuwe mensen van overal ter wereld. Je ziet groepen militairen lopen uit allerlei landen. Dat is echt een bijzonder gevoel.

En die militairen brachten jou op een idee...

Ja. Ze hebben namelijk altijd een vlag mee. Zo zie je waar ze vandaan komen. Zo is mijn vlaggenfascinatie begonnen. Als je er op gaat letten zijn ze overal.

Maar hier wat minder...

Hier in het Westland lijken we wat minder te vlaggen ja.

En daar wil jij wat aan doen?

Er moet niks. Maar toen ik een keer een toer door Limburg maakte kwamen we in een dorp waar feest was. De Schutterij hield een optocht met vaandeldragers voorop en overal, aan ieder huis, hing een dorpsvlag. En gaaf gezicht. 'Dat moet in het Westland ook kunnen', dacht ik. Maar hier hebben we geen dorpsvlaggen, dus die besloot ik dan maar zelf te bedenken.

We hebben toch de Westlandse vlag?

Nou... De vlag die wij meestal als 'Westlands' voor ogen hebben is niet de officiële. Kijk maar bij het gemeentehuis, daar hangt de 'echte'. En hoe dan ook is de groen-wittte vlag die van het héle Westland. Dat is mooi voor buiten het Westland, en dat moeten we ook vooral zo houden. Maar binnen het Westland identificeer ik me toch in de eerste plaats met mijn kern. Ik ben Westlander, maar vooral Poelluker. Dus heb ik voor iedere kern een vlag gemaakt. Het model is overal gelijk, en uiteraard gebaseerd op de Westlandse vlag, maar per kern verschillen de kleuren.

Waar haal je die kleuren vandaan?

Daarvoor heb ik in eerste instantie vooral naar de plaatselijke sportclubs gekeken. De tenues daarvan zijn vaak geïnspireerd door oude dorpskleuren. Poeldijk bijvoorbeeld heeft vanouds blauw en oranje, dus die zie je ook in mijn vlag terug. De Lier heeft zwart en rood. Kwintsheul groen en wit, maar een àndere groentint dan de Westlandse vlag. Twee kernen, Ter Heijde en Heenweg, hebben geen sportclub, dus daar heb ik iets anders voor moeten verzinnen. Voor Ter Heijde heb ik me laten inspireren door zee, strand en de reddingsbrigade. Voor Heenweg, gelegen tussen twee kernen, heb ik gekozen voor het groen van Naaldwijk en het rood van 's-Gravenzande. Maar het zijn maar concepten hè? Als de mensen uit Heenweg een beter idee hebben, dan vind ik dat prima. Het moet allemaal wel een beetje luchtig blijven.

Een leuk idee, maar wat moet je verder met zo'n vlag?

Ik droom ervan dat er ooit nog eens elf kernvlaggen bij het gemeentehuis wapperen. Maar de vlaggen zijn toch vooral bedoeld voor de mensen in de kernen. Zodat bij feestweken en dergelijke iedereen dezelfde vlag kan uithangen. Ik heb ook al vragen gekregen of er geen kleine varianten van gemaakt kunnen worden, voor op de boot of de caravan. Dan zie je in één oogopslag waar de langsvarende zuipschuit vandaan komt. (lacht).

Zijn ze al gemaakt dan?

Ik heb er van allemaal vijf laten maken, als voorbeeld. En een aantal mensen wilden er al een kopen. Er komen veel positieve reacties op. Mensen herkennen er wel wat in. Een vlag heeft associaties met feesten, maar ook met herdenken. Maar bovenal zegt zo'n vlag iets over je identiteit. Daar waar je vandaan komt en waar je waarde aan hecht. Westland bestaat uit elf dorpskernen, die met elkaar verbonden zijn, maar die ieder op zichzelf ook belangrijke waarden en gevoelens vertegenwoordigen. Daar hoort wat mij betreft een passend symbool bij. En het is nog leuk en vrolijk ook!

Op de pijp met is naar een idee van Peter en Ton van Zeijl.